Nieuwe afkapwaardes groeihormoonstimulatietest bij obesitas

  • 4 min.
  • Richtlijn

Obesitas heeft invloed op de groeihormoonpiek bij kinderen. Het is belangrijk die invloed te kennen voordat de diagnose groeihormoondeficiëntie wordt gesteld. AIOS klinische chemie Dieuwertje Augustijn en arts-onderzoeker Ozair Abawi (beiden Erasmus MC) analyseerden 58 studies met in totaal ruim vijfduizend kinderen en stelden op basis daarvan afkapwaardes op die samenhangen met de BMI. Volgende stap: die waardes naar de praktijk krijgen.

Portretfoto (kleur) Ozair Abawi en Dieuwertje Augustijn
Ozair Abawi en Dieuwertje Augustijn

‘Het was al langer bekend dat obesitas invloed heeft op de uitslag van bepaalde laboratoriumtesten. Toen wij ons daarop gingen richten, zagen we al snel dat daar vooral op het gebied van groeihormoonstimulatietesten weinig over bekend was. Wij besloten ons daarop te gaan richten’, zo begint Augustijn haar verhaal. De onderzoekers includeerden met hun onderzoeksgroep 58 studies waaraan in totaal ruim vijfduizend kinderen deelnamen. Hoewel deze studies de invloed van BMI op de groeihormoonpiek onderzochten, gaf geen enkele studie aan hoe je als klinisch chemicus of arts rekening moet houden met overgewicht of obesitas bij de interpretatie van de uitslag van de test. Abawi: ‘Het sterke van ons onderzoek is dat we systematisch naar de factor BMI hebben gekeken en de impact daarvan hebben kunnen kwantificeren. We hebben nieuwe afkapwaardes opgesteld, afgestemd op de BMI van het kind. Hiermee hopen we handvatten te kunnen bieden aan kinderartsen die de diagnose groeihormoondeficiëntie stellen. Grote winst van dit onderzoek is dat kinderen aan de hand van deze nieuwe afkapwaardes minder risico lopen op overdiagnostisering. Daarnaast: als er een andere oorzaak is van het groeiprobleem dan een groeihormoontekort, dan gaat groeihormoonbehandeling doorgaans niet helpen.’

Richtlijnen

De volgende stap is ervoor zorgen dat de resultaten – de nieuwe afkapwaardes – ook in de praktijk gebruikt worden. Onder klinisch chemici is het artikel inmiddels gedeeld en bekend. Abawi: ‘We hebben ons onderzoek ook op congressen gepresenteerd, onder meer voor kinderartsen en voor kinderendocrinologen. We merken wel dat het gaat leven. Maar als je aanbevelingen wil doen voor de praktijk, moet je ervoor zorgen dat het vanuit de beroepsgroep wordt opgenomen. De nieuwe richtlijn voor kinderen met kleine lengte was net in de maak toen wij onze onderzoeksresultaten bekend maakten. Ons onderzoek werd nog een keer zeer kritisch bekeken voordat de bevindingen in een richtlijn zijn verwerkt. We hebben nog een extra toevoeging geschreven over hoe je naar de resultaten moet kijken, met de specifieke afkapwaardes voor obesitas en overgewicht.’ Augustijn voegt eraan toe dat het belangrijk was dat de nieuwe afkapwaardes daadwerkelijk in de richtlijnen kwamen, zodat artsen ze in de dagelijkse praktijk gaan gebruiken.

Een van de uitgangspunten van de onderzoekers was dat de resultaten zo toegankelijk mogelijk zouden zijn voor artsen. Augustijn: ‘We hebben een duidelijke figuur in ons artikel opgenomen dat de kinderendocrinoloog bij wijze van spreken kan printen en in z’n bureaula kan leggen. Als er dan een kind met obesitas of overgewicht en korte lengte de spreekkamer binnenstapt, dan kan de arts dat figuur zo uit de la pakken om te zien of hij of zij de diagnose groeihormoondeficiëntie kan stellen.’

Afgestemd op het individu

De onderzoekers zouden liever nóg specifiekere richtlijnen kunnen laten voorschrijven, namelijk afgestemd op elk individu. Abawi: ‘In de praktijk zal het echter in eerste instantie toch om categorieën gaan. We hebben wel tools waarmee je heel specifiek naar een individueel kind kunt kijken. Het gaat immers om het gehele plaatje: hoe groeit het kind, hoe is het gegroeid, hoe groeit het skelet. De kracht is de samenwerking tussen de kinderarts en het laboratorium; klinisch chemici hebben de kennis om de gegevens over een kind specifieker te interpreteren en kinderartsen daarover te adviseren. In andere landen baseren artsen zich alleen op de uitslag van een groeihormoonstimulatietest, hier kunnen we meer bieden in dialoog. Wij zijn experts in data en kunnen meedenken en de uiteindelijke conclusie van laboratoriumresultaten bespreken. Dat is echt de toegevoegde waarde van de klinisch chemicus. De regels zijn zwartwit, maar in het grijze gebied past die dialoog tussen iemand uit het laboratorium en iemand uit de kliniek.’

Eigenlijk, zo stellen Abawi en Augustijn, is hun artikel een startpunt om prospectief vast te stellen of de beschreven afkapwaardes ook echte de waardes zijn die gebruikt moeten worden, of dat ook de volgende generatie testen daar invloed op moet hebben. Abawi en Augustijn zijn twee jaar bezig geweest met hun onderzoek. In eerste instantie wilden ze ook naar andere testen kijken bij kinderen met obesitas en overgewicht, maar ze kozen voor de groeihormoonstimulatietest. Dat er nog veel meer onderzoeken nodig zijn, is evident, zeggen ze. ‘Er komen steeds meer kinderen met obesitas en overgewicht. De invloed daarvan op verschillende gebieden moeten we beter leren kennen.’

Het onderzoek in het kort

Piekgestimuleerde groeihormoonspiegels nemen af bij een hoger wordende body mass index (BMI). Dit kan leiden tot overdiagnose van groeihormoondeficiëntie bij kinderen met overgewicht en obesitas. De huidige richtlijnen gaven echter nog geen richting aan hoe de piekwaarden van deze kinderen moeten worden geïnterpreteerd. Deze systematische review en metaanalyse waren bedoeld om het effect van de BMI-standaarddeviatiescore (SDS) op gestimuleerde piek-groeihormoonwaarden bij kinderen te bestuderen, om mogelijke moderatoren van deze associatie te identificeren en om te kwantificeren in hoeverre deze piekwaarden bij kinderen met obesitas worden verminderd. De bevindingen van dit onderzoek zijn als addendum toegevoegd aan de bestaande richtlijn en moeten nu in de praktijk doorgevoerd gaan worden.

De supervisor van het onderzoek was dr. Erica van den Akker, kinderarts en kinderendocrinoloog in het Erasmus MC-Sophia kinderziekenhuis.

Dieuwertje Augustijn is AIOS Klinische Chemie in het Erasmus MC en lid van het AIOSbestuur van de NVKC.

 

Ozair Abawi is artsonderzoeker op de afdeling Kinderendocrinologie en het Centrum Gezond Gewicht in het Erasmus MC. Zijn promotieonderzoek richt zich op diagnostiek bij ernstige obesitas bij kinderen.