Onderzoek naar troponine beloond met NVKC-prijs

  • 4 min.
  • Wetenschap

Ze is misschien wel dé expert in Nederland op het gebied van troponine, de bloedmarker voor een hartinfarct. Voor haar onderzoek ontving klinisch chemicus dr. ir. Alma Mingels (Maastricht UMC) onlangs de Jonge Onderzoeker prijs van de NVKC. ‘Eén afkapconcentratie voor troponine is niet voldoende om een hartinfarct te definiëren.'

Portretfoto (kleur) Alma Mingels

Het onderzoek van Mingels staat helemaal in het teken van de cardiale biomarker. Troponine is een structuur van drie eiwitten en een natuurlijk onderdeel van hartspiercellen. Het bevindt zich op de actinefilamenten en is betrokken bij de contractie en relaxatie van spiercellen. Mingels’ onderzoek loopt al vanaf 2007, toen zij bij prof. Marja van Dieijen haar promotieonderzoek startte naar laboratorium- en klinische aspecten van hoogsensitieve troponine assays. Mingels had de studie Biomedische Technologie gedaan aan de Technische Universiteit Eindhoven en wilde meer toegepast onderzoek gaan doen. ‘Klinische chemie is daar bij uitstek geschikt voor. Het beviel meteen prima en ik ben na mijn promotie gestart met de opleiding tot klinisch chemicus. Naast mijn gevarieerde werk voor de kliniek heb ik het onderzoek naar troponine niet meer losgelaten.’

Nieuwe inzichten

De hoogsensitieve assays waren ten tijde van haar promotieonderzoek nog nieuw en de Maastrichtse onderzoeksgroep was wereldwijd de tweede die ermee aan de slag ging. Het onderzoek leverde nieuwe inzichten op, vertelt Mingels. ‘Tot dan toe was het idee dat iemand met meetbaar troponine per definitie een hartinfarct had. Er werd één afkapconcentratie gehanteerd. Maar met een hooggevoelige assay blijkt dat het bij vrijwel iedereen in bloed aanwezig is, alleen in veel lagere concentraties. Met zo’n assay kun je ook kleine en vroege hartinfarcten oppikken. Intussen is die kennis gemeengoed, maar toen was dat heel nieuw.’

Door het onderzoek heeft de medische wereld hartinfarcten beter onder de loep genomen. Gaandeweg zijn verschillen gevonden gerelateerd aan onder andere geslacht, leeftijd en nierfunctie. Er zijn vijf subtypen van een hartinfarct bekend. Mingels onderzoekt daar momenteel zelf een van: een infarct tijdens of na een bypass-operatie. ‘Het onderzoek doe ik samen met een enthousiaste chirurg. We zien bij vrijwel al deze patiënten een troponineconcentratie die past bij de algemene definitie van een hartinfarct. Terwijl uiteraard niet iedereen een infarct heeft. Het lijkt er dus op dat de huidige definitie van een hartinfarct voor deze patiënten niet voldoet. De criteria daarin zijn niet scherp genoeg gesteld om een echt hartinfarct te detecteren.’

Verloop in de tijd

Eén afkapconcentratie is volgens Mingels niet meer voldoende om een hartinfarct te definiëren. Het gaat veel meer om het verloop van de waarde in de tijd. Dat betekent dat meerdere metingen nodig zijn. ‘Voor cardiologen is dat wel ingewikkeld. Voorheen hadden zij een marker met een afkapwaarde. Maar dat is veranderd in een continu verloop van de waarde. Dat leidt tot veel ‘grensgevallen’ waarbij observatie en overleg nodig is. En soms is extra diagnostiek nodig. Dat is dus meer werk, maar geeft wel meer zekerheid over een hartinfarct. Uiteraard worden de metingen gecombineerd met het klinische beeld, maar soms zijn de klachten atypisch.’

Het verhaal wordt nog ingewikkelder. Want wereldwijd onderzoek laat zien dat elke meetbare hoeveelheid troponine niet goed is. Troponine blijkt een prognostische marker voor cardiovasculaire complicaties op de langere termijn. In de richtlijn is daarom naast de definitie van een hartinfarct ook een definitie opgenomen voor hartschade, gebaseerd op troponineconcentraties. Maar het is nog niet duidelijk wat cardiologen voor deze mensen kunnen doen. ‘Dat is nog een onontgonnen terrein waarover nu discussies gaande zijn’, laat Mingels weten. ‘We zouden deze patiënten bijvoorbeeld op de poli kunnen monitoren om na te gaan hoe de troponinewaarde zich ontwikkelt. Dat zou ook voor het onderzoek interessant zijn. Ik denk dat het meten en volgen van de troponinewaarde prognostisch gevoeliger is dan bijvoorbeeld beeldvorming met MRI.’

Stijging na inspanning

Een van de studies van Mingels gaat over de relatie tussen inspanning en troponine. Bij zeer intensieve inspanning, bijvoorbeeld een marathon lopen of intensief fietsen, blijkt dat de troponinewaarde flink stijgt. Die stijging is niet te verklaren. Als onderdeel van de studie is tijdens het recente fietsevenement Ronde van Nijmegen bloed afgenomen bij deelnemers, om onder andere iets te weten te komen over de normale stijging bij inspanning. ‘Wanneer is de stijging klinisch relevant? Wellicht vinden we verschillen tussen gezonde mensen en mensen met risicofactoren voor hart- en vaatziekten.’

Zoals gezegd is troponine samengesteld uit drie eiwitten. Mingels onderzoekt tevens of er een vorm van deze structuur is die wijst op acute hartschade. Het is al gebleken dat in de acute fase de eiwitstructuren groter zijn. De huidige klinische meting gebeurt met antilichamen die zonder onderscheid alle vormen meten. ‘We onderzoeken of we een specifieke bepaling kunnen ontwikkelen voor de grote structuren. Dat zou een aanvullende test kunnen worden om na te gaan of een patiënt zich in de acute fase bevindt.’

Onder de aandacht

Hoewel Mingels bescheiden is over haar expertise, vond ze het wel een eer om de NVKC-prijs te ontvangen. Het is volgens haar een mooie manier om troponine weer eens onder de aandacht te brengen. ‘De onderzoeksgroep in Maastricht is niet groot, maar we tellen wereldwijd wel mee. Twee jaar geleden heb ik een Veni-beurs van ZonMw ontvangen, en een van de reviewers van de aanvraag schreef dat ik tot de top-3 vrouwen van de wereld behoorde wat betreft kennis over troponine. Dat vond ik een erkenning van wat wij hier doen.’

Dr. ir. Alma Mingels is klinisch chemicus in het Maastricht UMC. Ze is werkzaam bij de algemene klinische chemie en hematologie. Naast haar werk als klinisch chemicus doet zij onderzoek naar troponine.