Laboratoriumgeneeskunde Nummer 3 , pp. 19-26
jul 2020, jaargang 3
Laboratoriumgeneeskunde Nr. 3 , pp. 19-26
jul 2020, jr. 3
Wetenschap

Semenbewerking in het kader van IUI

Advies van de Werkgroep Semen NVKC/KLEM

Lees online

Intra-uteriene Inseminatie (IUI) is vaak de eerste stap in de behandeling van ongewenste kinderloosheid. Wanneer IUI niet succesvol blijkt kan in-vitro fertilisatie (IVF) of intra-cytoplasmatische sperma injectie (ICSI) een volgende stap zijn. Het ‘succes’ van de behandeling met IUI is afhankelijk van diverse factoren zoals de leeftijd van de vrouw, kwaliteit van semen en klinische factoren, bijvoorbeeld natuurlijk versus gestimuleerde cyclus, moment van inseminatie en type/soort ovulatie-inductie. De Landelijke richtlijn Laboratoriumfase intra-uteriene inseminatie is jarenlang het uitgangspunt geweest voor accreditatie van laboratoria (1). Deze richtlijn, in combinatie met de WHO Laboratory manual for the Examination and processing of human semen uit 2010 (WHO-handboek), biedt een goede basis voor het bewerken van semen ten behoeve van IUI (2).

Referenties

  1. Landelijke richtlijn Laboratoriumfase intra-uteriene inseminatie. Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde en de Vereniging van Klinisch Embryologen. 2010-2015.
  2. World Health Organization. WHO laboratory manual for the Examination of human semen and semen-cervical mucus interaction. 5th ed. Cambridge, England: Cambridge University Press; 2010.
  3. Lemmens L, Kos S, Beijer C et al. Techniques used for IUI: is it time for a change? Hum Reprod. 2017 Sep 1;32(9):1835-1845. Dutch Foundation for Quality Assessment in Medical Laboratories.
  4. Lemmens L, Kos S, Beijer C et al. Optimization of laboratory procedures for intrauterine insemination: survey of methods in relation to clinical outcome. 2018 Jun 29.
  5. Lemmens L, Kos S, Beijer C et al. Predictive value of sperm morphology and progressively motile sperm count for pregnancy outcomes in intrauterine insemination. Fert. Steril. 2016 Jun;105(6):1462-8.
  6. Standpunt luchtkwaliteit in laboratoria voor voortplantingsgeneeskunde. Vereniging van Klinisch Embryologen. 2014-2019.
  7. Delaroche L, Oger P, Genauzeau E et. al. Embryotoxicity testing of IVF disposables: how do manufacturers test? Human Reproduction, Volume 35, Issue 2, February 2020, pages 283-292.
  8. Richtlijn Gebruik van reagentia, materialen en apparatuur tijdens geassisteerde voortplanting. Vereniging van Klinisch Embryologen. 2014-2019.
  9. Janssens PMW, Scholten A, De Waard H et al. Prospective Risk Analysis Adjusted to the Reality of Clinical and Fertility Laboratory Processes. Diagnosis 2015; 2(4): 235-243.
  10. Janssens PMW, Van der Horst A. Improved Prospective Risk Analysis for Clinical Laboratories Compensated for the Throughput in Processes. Clin Chem Lab Med. 2018 Oct 25;56(11):1878-1885.
  11. Landelijke netwerkrichtlijn subfertiliteit. Ontwikkeld in het kader van het ZonMw programma Kennisbeleid, Kwaliteit Curatieve Zorg (KKCZ) (No. 150020015) i.s.m. NHG, NVOG, NVU, NVKC, NVAB), KLEM, LVMP), PAZ, Universitair Medisch Centrum St. Radboud en Patiëntenvereniging voor vruchtbaarheidsproblematiek ‘Freya’.
  12. Marshburn PB, Alanis M, Matthews ML et al. A short period of ejaculatory abstinence before intrauterine insemination is associated with higher pregnancy rated. Fertil Steril 2010;93:286-288.
  13. Jurema MW, Vieira AD, Bankowski B et. al. Effect of ejaculatory abstinence period on the pregnancy rate after intrauterine insemination. Fertil Steril 2005;84:678-681.
  14. Revised guidelines for good practice in IVF laboratories (2015). ESHRE Guideline Group on good practice in IVF labs December 2015.
  15. Kanwar et al. Effects of human seminal plasma on fertilizing capacity of human spermatozoa. Fertil Steril; 1979; 31:312-327.
  16. Agarwal et al. Improvement in semen quality and sperm fertilizing ability after filtration through the L4 membrane – comparison of results with swim-up technique. J Urol 1992; 147:1539-1541.
  17. Karamahmutoglu H, Erdem A, Erdem M et al. The gradient technique improves success rates in intrauterine insemination cycles of unexplained subfertile couples when compared to swim up technique; a prospective randomized study. J Assist Reprod Genet 2014;31:1139-1145.
  18. Jansen et al. Longer time interval between semen processing and intrauterine insemination does not affect pregnancy outcome. Fertil Steril; 2017: 764-769.
  19. Byrd W, Acherman GE, Bradshaw KD et al. Comparison of bicarbonate and HEPES-buffered media on pregnancy rates after intrauterine insemination with cryopreserved donor sperm. Fertil Steril 1991;56:540-546.
Wetenschap

Semenbewerking in het kader van IUI

Advies van de Werkgroep Semen NVKC/KLEM

Lees online

Intra-uteriene Inseminatie (IUI) is vaak de eerste stap in de behandeling van ongewenste kinderloosheid. Wanneer IUI niet succesvol blijkt kan in-vitro fertilisatie (IVF) of intra-cytoplasmatische sperma injectie (ICSI) een volgende stap zijn. Het ‘succes’ van de behandeling met IUI is afhankelijk van diverse factoren zoals de leeftijd van de vrouw, kwaliteit van semen en klinische factoren, bijvoorbeeld natuurlijk versus gestimuleerde cyclus, moment van inseminatie en type/soort ovulatie-inductie. De Landelijke richtlijn Laboratoriumfase intra-uteriene inseminatie is jarenlang het uitgangspunt geweest voor accreditatie van laboratoria (1). Deze richtlijn, in combinatie met de WHO Laboratory manual for the Examination and processing of human semen uit 2010 (WHO-handboek), biedt een goede basis voor het bewerken van semen ten behoeve van IUI (2).

Referenties

  1. Landelijke richtlijn Laboratoriumfase intra-uteriene inseminatie. Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde en de Vereniging van Klinisch Embryologen. 2010-2015.
  2. World Health Organization. WHO laboratory manual for the Examination of human semen and semen-cervical mucus interaction. 5th ed. Cambridge, England: Cambridge University Press; 2010.
  3. Lemmens L, Kos S, Beijer C et al. Techniques used for IUI: is it time for a change? Hum Reprod. 2017 Sep 1;32(9):1835-1845. Dutch Foundation for Quality Assessment in Medical Laboratories.
  4. Lemmens L, Kos S, Beijer C et al. Optimization of laboratory procedures for intrauterine insemination: survey of methods in relation to clinical outcome. 2018 Jun 29.
  5. Lemmens L, Kos S, Beijer C et al. Predictive value of sperm morphology and progressively motile sperm count for pregnancy outcomes in intrauterine insemination. Fert. Steril. 2016 Jun;105(6):1462-8.
  6. Standpunt luchtkwaliteit in laboratoria voor voortplantingsgeneeskunde. Vereniging van Klinisch Embryologen. 2014-2019.
  7. Delaroche L, Oger P, Genauzeau E et. al. Embryotoxicity testing of IVF disposables: how do manufacturers test? Human Reproduction, Volume 35, Issue 2, February 2020, pages 283-292.
  8. Richtlijn Gebruik van reagentia, materialen en apparatuur tijdens geassisteerde voortplanting. Vereniging van Klinisch Embryologen. 2014-2019.
  9. Janssens PMW, Scholten A, De Waard H et al. Prospective Risk Analysis Adjusted to the Reality of Clinical and Fertility Laboratory Processes. Diagnosis 2015; 2(4): 235-243.
  10. Janssens PMW, Van der Horst A. Improved Prospective Risk Analysis for Clinical Laboratories Compensated for the Throughput in Processes. Clin Chem Lab Med. 2018 Oct 25;56(11):1878-1885.
  11. Landelijke netwerkrichtlijn subfertiliteit. Ontwikkeld in het kader van het ZonMw programma Kennisbeleid, Kwaliteit Curatieve Zorg (KKCZ) (No. 150020015) i.s.m. NHG, NVOG, NVU, NVKC, NVAB), KLEM, LVMP), PAZ, Universitair Medisch Centrum St. Radboud en Patiëntenvereniging voor vruchtbaarheidsproblematiek ‘Freya’.
  12. Marshburn PB, Alanis M, Matthews ML et al. A short period of ejaculatory abstinence before intrauterine insemination is associated with higher pregnancy rated. Fertil Steril 2010;93:286-288.
  13. Jurema MW, Vieira AD, Bankowski B et. al. Effect of ejaculatory abstinence period on the pregnancy rate after intrauterine insemination. Fertil Steril 2005;84:678-681.
  14. Revised guidelines for good practice in IVF laboratories (2015). ESHRE Guideline Group on good practice in IVF labs December 2015.
  15. Kanwar et al. Effects of human seminal plasma on fertilizing capacity of human spermatozoa. Fertil Steril; 1979; 31:312-327.
  16. Agarwal et al. Improvement in semen quality and sperm fertilizing ability after filtration through the L4 membrane – comparison of results with swim-up technique. J Urol 1992; 147:1539-1541.
  17. Karamahmutoglu H, Erdem A, Erdem M et al. The gradient technique improves success rates in intrauterine insemination cycles of unexplained subfertile couples when compared to swim up technique; a prospective randomized study. J Assist Reprod Genet 2014;31:1139-1145.
  18. Jansen et al. Longer time interval between semen processing and intrauterine insemination does not affect pregnancy outcome. Fertil Steril; 2017: 764-769.
  19. Byrd W, Acherman GE, Bradshaw KD et al. Comparison of bicarbonate and HEPES-buffered media on pregnancy rates after intrauterine insemination with cryopreserved donor sperm. Fertil Steril 1991;56:540-546.
Over dit artikel
Auteurs
Jacoline Brinkman, Snjezana Kos, Leonie van den Hoven, Netty van Vrouwerff, Eus Arts, Albert Wolthuis, Alex Wetzels, Cornelis Beijer
Over de auteurs

Dr. Jacoline W. Brinkman, Laboratorium voor Klinische Chemie en Hematologie, Ziekenhuis St. Jansdal, Harderwijk.
Dr. Snjezana Kos, Laboratorium voor Klinische Chemie en Hematologie, Maasstad Ziekenhuis, Rotterdam.
Ing. Leonie van den Hoven, Fertiliteitslaboratorium, Radboudumc, Nijmegen.
Ing. Netty van Vrouwerff, Laboratorium voor Klinische Chemie en Hematologie, St. Antonius Ziekenhuis Nieuwegein.
Dr. Eus Arts, Laboratorium voor Voortplantingsgeneeskunde, Universitair Medisch Centrum Groningen.
Dr. Albert Wolthuis, Certe Medische Diagnostiek & Advies, Leeuwarden.
Dr. Alex Wetzels, Fertiliteitslaboratorium, Radboudumc, Nijmegen.
Drs. Cornelis Beijer, gepensioneerd.

Namens de Werkgroep Semen van de Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde (NVKC) en de Vereniging voor Klinische Embryologie (KLEM).

Printdatum
14 juli 2020
E-pubdatum
17 juli 2020
ISSN print
2589-4153
ISSN online
2589-6296
DOI
https://doi.org/10.24078/labgeneeskunde.2020.7.125635


Over dit artikel
Auteurs
Jacoline Brinkman, Snjezana Kos, Leonie van den Hoven, Netty van Vrouwerff, Eus Arts, Albert Wolthuis, Alex Wetzels, Cornelis Beijer
Over de auteurs

Dr. Jacoline W. Brinkman, Laboratorium voor Klinische Chemie en Hematologie, Ziekenhuis St. Jansdal, Harderwijk.
Dr. Snjezana Kos, Laboratorium voor Klinische Chemie en Hematologie, Maasstad Ziekenhuis, Rotterdam.
Ing. Leonie van den Hoven, Fertiliteitslaboratorium, Radboudumc, Nijmegen.
Ing. Netty van Vrouwerff, Laboratorium voor Klinische Chemie en Hematologie, St. Antonius Ziekenhuis Nieuwegein.
Dr. Eus Arts, Laboratorium voor Voortplantingsgeneeskunde, Universitair Medisch Centrum Groningen.
Dr. Albert Wolthuis, Certe Medische Diagnostiek & Advies, Leeuwarden.
Dr. Alex Wetzels, Fertiliteitslaboratorium, Radboudumc, Nijmegen.
Drs. Cornelis Beijer, gepensioneerd.

Namens de Werkgroep Semen van de Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde (NVKC) en de Vereniging voor Klinische Embryologie (KLEM).

Printdatum
14 juli 2020
E-pubdatum
17 juli 2020
ISSN print
2589-4153
ISSN online
2589-6296
DOI
https://doi.org/10.24078/labgeneeskunde.2020.7.125635