KEYNOTE SPEAKER LESTER DU PERRON OVER ZIJN STOKPAARDJE: TESTEN ZONDER ARTS

‘Het aanbod genereert de vraag’

  • 5 min.
  • Spreker

Lester du Perron is ziekenhuisarts, niet-praktiserend huisarts en hoofdredacteur van Dokter Media, een online platform waarop hij medisch nieuws nuanceert. Een van zijn stokpaardjes is testen zonder medische indicatie. Daar vindt hij wat van. Oók van de rol van de media hierin. Du Perron is keynote speaker op de najaarsbijeenkomst van de NVKC.

Portretfoto (kleur) Lester du Perron
Beeld: Julian du Perron

Toen Du Perron in opleiding was tot huisarts, kreeg hij een keer een patiënt tegenover zich die zijn PSA wilde laten testen. Zijn buurman had gezegd dat hij dat elk jaar even moest laten doen, en dat leek hem niet verkeerd. De buurman had een programma op tv gezien waarin dat werd aangeraden. ‘Ik dacht toen: als ik deze vraag hier in mijn spreekkamer krijg naar aanleiding van een tv-programma, ben ik vandaag vast niet de enige arts die met deze vraag geconfronteerd wordt. Al die artsen zijn nu aan hun patiënt aan het uitleggen dat een PSA-test lang niet altijd nodig is. Dat kost alles bij elkaar heel veel tijd die nuttiger besteed kan worden.’

Het maakbare ideaal

Het voorval met de man in de spreekkamer die zijn PSA wilde laten testen, was voor Du Perron min of meer de aanleiding om nieuws over gezondheid in de media te gaan nuanceren en in de juiste context te plaatsen. Dit resulteerde uiteindelijk in Dokter Media (doktermedia.nl) en later in het boek Dokter ik las in de krant dat…, waarin hij samen met vriend en collega Tijs Stehmann de leukste columns van Dokter Media bundelde.
Belangrijk onderwerp in zijn publicaties over gezondheidsnieuws in de media betreft de diagnostiek. Hij noemt als voorbeeld commerciële organisaties die scans aanbieden. ‘Een van de slogans van zo’n organisatie is “de beste zorg is voorzorg”. Dat geeft mensen onterecht het gevoel dat er ergens zekerheid is te halen; ze staan er niet bij stil dat je op een scan niet alles ziet en dat er misschien ook dingen te zien zijn die nodeloos verontrusten. Het aanbod genereert de vraag, én het aanbod van zulke testen speelt ook in op het verantwoordelijkheidsgevoel: als je ziek wordt en je hebt je niet laten testen, is dat je eigen schuld. Je had dat kunnen voorkomen.’ Hij vervolgt: ‘En wie zijn die partijen eigenlijk die geld willen verdienen aan het maken van scans en het op de markt brengen van allerlei preventieve tests? Zijn dat mensen met een medisch ideaal, of vooral ondernemers die bij wijze van spreken eerst in bitcoins deden en nu denken dat zulke handel in gezondheid wel lucratief is? Ik vind dat we dit soort ontwikkelingen in de gaten moeten houden.’ 

Wat betekent de uitslag?

Het punt bij de mogelijkheid om zelf tests te doen en de komst van commerciële testcentra is natuurlijk wie er naar de uitslagen van al die testen kijkt, zegt Du Perron. ‘Wie is verantwoordelijk voor wat er met het resultaat van die testen gebeurt? Je zou kunnen zeggen dat dat de patiënt is, want die doet op eigen initiatief een test. Maar ik denk dat de verantwoordelijkheid heel snel bij de arts gelegd wordt. Die krijgt later immers de vraag voorgelegd door een patiënt wat een bepaalde uitslag betekent, ook al heeft de huisarts zelf niet om een test gevraagd. De klinisch chemicus kan uitslagen misschien van context voorzien. Daar kan het een beetje schuren tussen de arts en de klinisch chemicus: een klinisch chemicus kan de uitslag van een test immers duiden, maar uiteindelijk is er toch een arts nodig als er iets medisch over gezegd moet worden.’ Hij voegt eraan toe dat er daarbij vaak nauwelijks oog is voor de logistiek: een toename van diagnostiek betekent ook dat er meer personeel nodig is voor het uitvoeren, verwerken en interpreteren daarvan. ‘En waar kan de persoon bij wie de test is gedaan terecht voor de uitslag en eventueel vervolgonderzoek? Laatst was in het nieuws dat er voor een mogelijk nieuw screeningsprogramma een heel nieuw soort diagnostisch centrum zou moeten komen. Wie zou daar moeten werken, denk ik dan, hoe ga je dat organiseren? De zorg kampt nu al met een enorm personeelstekort. Zo’n centrum is volstrekt niet realistisch, maar krijgt wel aandacht in de media.’ 

‘Waar kan de persoon bij wie de test is gedaan terecht voor de uitslag en vervolgonderzoek?’

Rol NVKC

Du Perron denkt dat het een taak van de NVKC kan zijn om zicht te houden op het aanbod van tests die buiten een arts om plaatsvinden, of om toezicht daarop te vragen. ‘Misschien moet de NVKC of de arts wel stellen dat een uitslag alleen besproken kan worden als er een geverifieerde vraag aan vooraf is gegaan. Van de andere kant: we kunnen de opkomst van dat soort tests niet tegenhouden. De klinisch chemicus, of een andere medisch professional, zou ook in gesprek kunnen gaan met diegene die de tests afneemt en de uitslagen geeft in zo’n commercieel centrum, om ervoor te zorgen dat de informatievoorziening juist is. Daarnaast moeten we de consument zien te wapenen tegen de schijnveiligheid van testen zonder dat er klachten zijn en zonder tussenkomst van een arts. We moeten op de een of andere manier waarschuwen voor dat soort tests.’
Overigens snapt Du Perron de verleiding van al die tests wel: ‘Je gezondheid is het belangrijkste in je leven en het spreekt tot de verbeelding dat het goed is om er op tijd bij te zijn in de vorm van een test. “Baat het niet dan schaadt het niet”, zo denkt men. En soms is het inderdaad zo dat je op tijd gewaarschuwd wordt. Daar zit net de crux: weegt de meeropbrengst van een heel kleine groep op tegen nodeloos testen en mogelijke ongerustheid bij een heel grote groep?’

Wanneer wel?

Op de vraag wanneer zelftests wel goed ingezet zouden kunnen worden, weet Du Perron niet zo gauw een goed antwoord. Misschien een soa-test. Hoewel: ‘Die doe je vanuit een bepaalde motivatie, bijvoorbeeld na onveilige seks. Maar ook dan is het de vraag waar je test en hoe zo’n consult verloopt. Ook van een PSA-test kan ik niet zeggen dat ik die altijd goed vind. Als iemand jong is, geen klachten heeft en prostaatziektes in de familie niet voorkomen, zou ik zo’n test afraden.’ Hij vindt dat de context van een test, welke test dan ook, altijd goed geschetst moet worden. Wat betreft de informatievoorziening kan er een rol zijn weggelegd voor de NVKC, denkt hij.