Methodologie en datavaardigheden

  • 5 min.
  • Beroepsuitoefening

De eerste jonge klaren die de vernieuwde profileringsfase hebben doorlopen zijn reeds geregistreerd, hoog tijd dus om de balans op te maken. Deze rubriek geschreven door het AIOS-bestuur heeft als bedoeling om zowel de vakinhoud van de projecten als de toegevoegde waarde van verschillende focusgebieden uit te lichten. We spraken met Lise Schoonen, die eind 2021 haar opleiding heeft afgerond. 

Lise startte haar opleiding begin 2018 in het Maasstad Ziekenhuis in Rotterdam. Voor haar profileringstraject koos ze voor het focusgebied ‘Methodologie en datavaardigheden’, opgesplitst in drie onderdelen. ‘Het was voor mij een no-brainer om een project binnen een focusgebied te doen, aangezien ik me de rest van mijn carrière nog op de inhoud kan storten. Bovendien vond ik het erg mooi passen bij de Visie 2025 van de NVKC.’

Alles begint met data

Als goede voorbereiding op de inhoudelijke projecten die zouden gaan lopen in haar gekozen profileringsfase, besloot ze te starten met de zesdaagse cursus ‘Big data in de zorg’ van Eduvision. Binnen de Geneeskunde is het wat meer gebruikelijk om met grotere datasets te werken dan Lise gewend was tijdens haar studie Scheikunde en de daaropvolgende promotie. ‘Ik miste wat diepgang. Dankzij deze cursus heb ik kennis kunnen maken met het verwerken van grotere hoeveelheden data en de software die je hiervoor kunt gebruiken. Hierdoor heb ik het gevoel dat ik beter kan praten met mensen die hierin gespecialiseerd zijn.’

Lise was in samenwerking met Arjen-Kars Boer (klinisch chemicus, Catharina Ziekenhuis in Eindhoven) eerder in haar opleiding al met een endocrinologieproject begonnen, wat door tijdsgebrek niet goed van de grond kwam. Door dit project te verschuiven naar de profileringsfase met als overkoepelend thema ‘Data’, had ze veel meer tijd om zich hier op te focussen. Lise zag het ook als grote meerwaarde om een project buiten haar opleidingsziekenhuis uit te voeren en te ervaren hoe een ander laboratorium georganiseerd is.

In het Catharina Ziekenhuis deed Lise onderzoek naar de diagnostiek rondom de verdenking van een prostaatcarcinoom. Hiervoor worden verschillende methoden gebruikt: het meten van (vrij) PSA, MRI, echo en de analyse van biopten. In de eerste lijn is de diagnostische workflow heel duidelijk, en geïntegreerd in de prostaatwijzer. Echter is dit voor de tweede lijn wat lastiger omdat er geen dergelijk algoritme beschikbaar is dat helpt bij de inschatting van het risico op prostaatkanker. Met behulp van een grote dataset werd getracht retrospectief in kaart te brengen welke diagnostiek nuttig is geweest en welke achteraf wellicht overbodig bleek. Daarnaast combineerde Lise data uit het Catharina Ziekenhuis met die uit het Maasstad Ziekenhuis en liep zo tegen diverse zaken aan: een andere manier van vastleggen, maar ook verschillen tussen de patiëntpopulaties, aanvullend onderzoek en behandeling. Ook werd duidelijk dat een PSA-meting, ondanks het feit dat het geen ideale tumormarker is, een goedkope eerste stap is in de diagnostiek waarvan de uitkomst grote impact heeft op de meerwaarde van de diagnostiek die daarna ingezet wordt. Lise heeft haar conclusies gepresenteerd middels een poster op het NVKC-voorjaarscongres.

Vervolgens startte ze een project in haar eigen Maasstad Ziekenhuis, voortkomend uit een literatuurstudie die ze tijdens haar opleiding deed. Wederom een datastudie, met maligne hematologie als inhoudelijk onderwerp. Ze onderzocht de klinische meerwaarde van onderscheid maken tussen een CLL en een atypische CLL. Van oorsprong is atypische CLL een morfologische diagnose, maar de laatste decennia zijn verschillende flowcytometrie-scores ontwikkeld die mogelijk ook gebruikt kunnen worden voor de diagnose van atypische CLL. ‘Wij deden als lab eigenlijk niets met het onderscheid tussen CLL en atypische CLL. Het blijkt echter dat we goed in staat zijn om deze verschillende diagnoses te stellen, en bovenal dat dit van meerwaarde is omdat patiënten met atypische CLL een slechtere prognose hebben. Om die reden hebben we dit inmiddels in de praktijk geïmplementeerd.’

Van profileren kun je leren

Over zowel het endocrinologische als hematologische project heeft Lise een verslag geschreven. Volgens haar een fijne manier om de projecten af te ronden en alles op een rijtje te zetten. Wellicht ook handig voor in de toekomst, mocht de data tot een artikel leiden of eventueel uitgebreid worden met een aanvullende studie.

Als allergrootste leerpunt van haar profileringstraject noemt Lise resoluut het feit dat we het onszelf een stuk makkelijker kunnen maken als wij en andere specialisten diagnoses en conclusies eenduidig rapporteren in het EPD. ‘Hoe beter gestandaardiseerd je zaken vastlegt in het EPD, hoe gemakkelijker je retrospectief een query kunt draaien. Ik ben hier bij beide projecten op een bepaalde manier wel tegenaan gelopen. Als je bij verdenking op een prostaatcarcinoom bijvoorbeeld de radiologische PI-RADS score op een specifieke plek zou noteren in plaats van te verwerken in een verslag, kun je deze scores veel makkelijker uit de dossiers halen. Door specifieker te zijn in je diagnose bij hematologische maligniteiten en een standaardtekst te gebruiken, kun je bepaalde patiënten retrospectief veel makkelijker terugvinden.’ De projecten hebben haar in het algemeen meer inzichten gegeven; Lise vertelt dat ze het nu makkelijker vindt om in samenwerking met de mensen van de Business Intelligence-afdeling even iets uit te zoeken op basis van een query uit het EPD. Ook begrijpt ze de valkuilen en mogelijke inclusiebias van dit soort onderzoek veel beter.

Kijk verder dan je eigen ziekenhuis

Lise vond het erg waardevol om buiten haar eigen ziekenhuis te kijken, en dan bedoelt ze niet alleen de organisatie en werkwijze van het laboratorium, maar ook de verschillen in patiëntpopulaties. Het heeft haar geleerd de data in een klinische context te plaatsen.

Terugkijkend op haar profileringsfase, zou ze haar tijd toch anders inrichten. Ze ging twee dagen in de week richting Eindhoven, maar ze adviseert AIOS die deze fase nog moeten plannen om fulltime in een ander ziekenhuis te werken. ‘Je krijgt dan veel meer mee van het laboratorium, zonder dat je hoeft te schipperen. Ik heb tijdens mijn hele profilering diensten en projecten in het Maasstad Ziekenhuis gedaan. Het voelde soms of ik een hele werkweek in die drie dagen moest proppen. Omdat ik een erg brede interesse heb, vond ik het soms ook wel heel moeilijk om ‘nee’ te zeggen. Ook vond ik het erg belangrijk diensten te blijven doen in het laatste jaar, omdat dit een essentieel onderdeel is van het werk als klinisch chemicus.’

Momenteel werkt Lise als project-klinisch chemicus in het Maasstad Ziekenhuis, met als aandachtsgebieden maligne hematologie en dataprojecten, wat uiteraard erg mooi aansluit op haar profilering. Hierdoor is ze bijvoorbeeld nog steeds betrokken bij het in praktijk brengen van haar eigen project over het diagnosticeren van atypische CLL.