Rol voor laboratoria in de antistollingszorg verandert

  • 4 min.
  • Beroepsuitoefening

Met de komst van de DOAC’s (directe orale anticoagulantia) in 2013 is regelmatige controle van trombosepatiënten veelal niet meer nodig. Wat is er inmiddels veranderd voor laboratoria en trombosediensten? De precieze rol voor laboratoria in de antistollingszorg moet zich nog uitkristalliseren, vertellen arts klinisch chemie dr. Henk Adriaansen (Gelre ziekenhuizen, regio Apeldoorn) en veiligheidsadviseur antistollingszorg dr. Nikki Damen van het landelijke VWS-programma Tijd voor Verbinding.

Foto (kleur) dr. Henk Adriaansen

DOAC’s worden inmiddels breed voorgeschreven, vertelt Adriaansen. ‘In studies zijn deze middelen veilig gebleken. Voordeel voor veel patiënten is dat geen controles meer nodig zijn door de trombosedienst. Jaarlijks zijn er 10 tot 15 procent minder patiënten bij de trombosediensten. Vrijwel alle trombosediensten zijn sinds 2013 ongeveer gehalveerd. Dat geeft steeds meer reden voor samenwerking of fusie. Destijds waren er landelijk ongeveer 500 duizend patiënten bij de trombosediensten. Ik verwacht dat dat aantal na 2025 daalt tot 50 duizend. Dat zijn dan voor een deel hoogbejaarde mensen, maar ook mensen met een harde indicatie voor een antistollingsbehandeling.’

Kennis behouden

Voor specifieke patiënten, bijvoorbeeld mensen met een kunsthartklep, moet de VKA-zorg (vitamine-K antagonist) geborgd blijven. Om die reden en vanwege alle veranderingen is de stichting RAMO (Regionaal Antistollingscentrum Midden Oost Nederland) opgericht, met Adriaansen a

Maak een gratis account aan en krijg toegang tot alle artikelen

Account aanmaken

Heeft u al een account?