Annette Kooijman: generalist in een huisartsenlaboratorium

  • 4 min.
  • Profielschets

Annette Kooijman-Buiting werkt bij Eurofins Salux, een laboratorium dat onderzoek doet voor huisartsen, verloskundigen en andere zorgverleners in de regio. Lang was zij er de enige klinisch chemicus, maar sinds kort heeft ze er een collega bij. ‘Ik heb bewust voor de huisartsengeneeskunde gekozen; als klinisch chemicus kun je in dat veld echt een bijdrage leveren aan de kwaliteit van de gezondheidszorg.’ 

Portretfoto (kleur) Annette Koojman

Kooijman heeft al een gevarieerde loopbaan achter de rug: ze werkte bij Saltro, in een perifeer en in een academisch ziekenhuis. Haar vader was huisarts, zodoende dat ze die tak van sport ook kende. ‘Ik heb echt gekeken naar wat ik leuk vind. In een ziekenhuis vond ik het ook prettig werken, maar medisch specialisten hebben zelf ook al veel kennis. Het is dan – in mijn beleving – moeilijker om het verschil te maken. Bij vragen van huisartsen heb je een veel belangrijkere rol. Zij willen bijvoorbeeld weten of een patiënt wel of niet naar het ziekenhuis moet, en daar kan onze informatie doorslaggevend in zijn. Op die manier lever je een mooie bijdrage aan de kwaliteit van de geleverde zorg.’ Door haar werk op die plek is Kooijman meer een generalist dan een specialist. Dat past wel bij haar, vindt ze.

Bestaansrecht

Het bestaansrecht van een zelfstandig laboratorium valt of staat met de kwaliteit die je levert, vertelt Kooijman. ‘Wij hebben niet de bescherming van een ziekenhuis. We moeten onze zaakjes goed op orde hebben. Een ziekenhuislaboratorium natuurlijk ook, maar wij misschien net een beetje meer. Huisartsenlabs liggen meer onder het vergrootglas. Als we audits hebben, hoor ik van die collega’s dat wij hier bij Eurofins heel kritisch zijn en dat we het inderdaad goed geregeld hebben. Ik heb dan ook redelijk goed over de zaken hier nagedacht. Toch leer ik telkens weer van audits: met gesprekken over kwaliteit kun je de kwaliteit naar een hoger niveau brengen. Gelukkig zit er in mij best wat competitiefs: ik wil van dit lab het beste lab maken.’
Kooijman werkte sinds 2018, toen ze bij haar werkgever kwam werken, het grootste deel van de tijd als enige klinisch chemicus op het lab. Enerzijds gaf dat vrijheid, anderzijds hield het werk nooit op: ‘Je kunt dan niet even uit de wind gaan zitten als je die behoefte hebt. Als eenling moet je er zelf voor zorgen dat je goede informatie krijgt en geeft. Ik belde vaak naar collega’s in het ziekenhuis hier in de regio om te verifiëren of ik de juiste klinische interpretatie gaf. Zij konden gemakkelijker iets opzoeken dan ik, omdat hier altijd alles doorging. Daar, waar ze in een groep werken, is dat beter te plannen.’ Inmiddels heeft Kooijman er een collega-klinisch chemicus bij waarmee ze het werk kan verdelen. ‘Ik heb nu nog maar drie dagen de diensttelefoon bij me in plaats van vijf.’

Overname

Toen Kooijman begon werkte ze nog bij SCAL; er waren net onderhandelingen bezig rondom de overname door Eurofins, een commerciële partij die groot is in de voedingsindustrie en waterbeheer. SCAL was het derde medische lab dat ze overnamen. Het is ondergebracht bij Eurofins Medical. ‘Ik kwam precies in een goeie tijd binnen: ik kon gaan bouwen en mooie technieken binnenhalen. Nog een voordeel van een huisartsenlaboratorium is dat de apparatuur waarmee we werken, binnen vijf jaar is afgeschreven omdat we er zoveel op draaien. Dat was bij Saltro ook zo. In ziekenhuizen duurt de afschrijving vaak tien jaar en zijn de budgetten beperkt. Hier werken we bijna altijd met de nieuwste apparatuur, dat is superfijn. Het is natuurlijk ook hard werken, want je moet steeds weer het verificatieproces in, maar het is daardoor wel dynamisch.’
Zo’n grote “moeder” heeft meer voordelen: ‘Wij zijn bijvoorbeeld net verhuisd naar een nieuw pand en het lab heeft maar een dag stilgelegen. Er kwam een team vanuit Eurofins ter ondersteuning bij de bouw van het nieuwe lab. Binnen vier maanden was het nieuwe pand volledig gestript en opgebouwd tot een volwaardig lab. ‘Ook tijdens de COVID-pandemie was het prettig om een groot bedrijf achter je te hebben. De productie ging terug naar 20 procent, maar de vaste kosten gingen natuurlijk gewoon door. We hebben het bloedafnamepersoneel toen snel omgeschoold naar het afnemen van swaps én we gingen mensen thuis opzoeken om ze daar zelf te prikken of te swabben. Zo’n omschakeling konden we vrij snel regelen omdat we een kleine organisatie zijn. Nu worden we steeds groter en ik merk dat het iets stroperiger wordt. Gelukkig is er nog steeds veel mogelijk.’

Tot tien tellen

Ze leert nog steeds, vertelt Kooijman. Bijvoorbeeld tot tien te tellen. Ze lacht: ‘Daar ga ik nog wel eens mee de fout in. De sfeer is hier gelukkig wel zo dat we samen op een hoger niveau willen komen. Ik ben ook medisch manager en probeer ervoor te zorgen dat de mensen hier zich ondersteund voelen om goed hun werk te kunnen doen. Toen ik hier kwam, heb ik met iedereen een gesprek gevoerd. Ik wilde weten met wie ik ging samenwerken en wat de achtergronden van de collega’s zijn. Als er iets speelt in de privésfeer van een collega, is deze niet 100 procent met het hoofd bij het werk. Als we dat niet weten, kunnen we die collega ook niet ondersteunen. Anders wel. Ik vind dat belangrijk. Dat hoort ook bij je zaakjes op orde hebben: zorgen dat mensen hun werk goed kunnen doen.’