‘Je wilt voorkomen dat je de arts overstelpt met honderden meldingen’

  • 5 min.
  • Duiding

Geneesmiddelengebruik dat tot onjuiste laboratoriumuitslagen kan leiden, het komt vaker voor dan zorgverleners denken. Beslisondersteuning kan helpen deze ongewenste geneesmiddel-test-interactie (GTI) tijdig te onderkennen. Dr. Jasmijn van Balveren, klinisch chemicus, en haar collega dr. Pieter Helmons, ziekenhuisapotheker, beiden werkzaam in het Ziekenhuis St Jansdal in Harderwijk, werken er al mee.

Foto (kleur) Jasmijn van Balveren en Pieter Helmons

Een patiënt die een maagzuurremmer gebruikt laat afwijkende laboratoriumuitslagen zien. Alsof er een verhoogde hoeveelheid tumormarker in zijn bloed zit. De patiënt ongerust, de arts overweegt de diagnose kanker en vraagt een PET-scan aan om de diagnose te bevestigen. Gelukkig, patiënt heeft geen kanker. De maagzuurremmer heeft tot de afwijkende testuitslag geleid. En inderdaad, als de arts de maagzuurremmer stopt, daalt de tumormarker weer naar normaalwaarde. Het ultieme bewijs dat het vals alarm was.

Ja, dit gebeurt vaker dan je denkt, stelt Jasmijn van Balveren. Dit voorjaar promoveerde Van Balveren op de invloed van geneesmiddelen op laboratoriumtesten in de klinische praktijk. ‘Op dit moment zijn er 50 duizend geneesmiddel-test-interacties (GTI’s) beschreven,’ vertelt ze. ‘Veel van deze GTI’s zijn gewenste effecten. Je kunt er bijvoorbeeld uit aflezen of de voorgeschreven medicijnen hun werk doen of dat er sprake is van bijwerkingen van medicatie. Interacties die niet bekend zijn kunnen zo

Maak een gratis account aan en krijg toegang tot alle artikelen

Account aanmaken

Heeft u al een account?